Praag, 11 maart 2022

De oorlog in Oekraïne gaat maar door. Er is geen zicht op een staakt het vuren, laat staan op het beëindigen van de vluchtelingencrisis. Ik ben in Praag met met wie ik ben.

Vandaag is een bijzondere dag. Praag kent de situatie van dictators uit het oosten die de westerse invloed willen beperken. We waren bij het monument ter nagedachtenis aan de wanhopige zelfdoding van Jan Palach en zochten naar zijn graf. We vonden het niet, maar waren in de buurt. Verderop kwamen we Franz Kafka tegen. Niet iemand die zich tegen de Russen weerde, maar wel iemand die feilloos dit soort processen op kleine schaal weergaf.

Weer een begraafplaats verderop zochten we naar Václav Havel. Zijn graf vonden we nadat we er naar gevraagd hadden. Er stond een op papier geprinte vlag van Oekraïne tussen de bloemen. Toen wij daar stonden kwam een vrouw, ik schat een Tsjechische, rustig aanlopen, stak een kaarsje aan en zette dat op zijn graf. Het kan niet anders dan dat ze aan Oekraïne dacht. En aan de tijd van de Praagse Lente, die op brute wijze om zeep werd geholpen in 1968. (Zie ook mijn blog daarover).

We liepen door naar het Wenceslausplein, waar op nummer 36 bij de Fluwelen Revolutie in 1989 Havel een toespraak hield. Af en toe kijk ik in de spiegel die Kees van Kooten me voorhield. Vertaalt naar vandaag: je was pas woke, wanneer je fan van Havel was.

Morgen gaan we terug naar huis, via Berlijn hbf. Elke dag komen daar duizenden Oekraïners van het oosten naar het westen. Ze ontvluchten de oorlog. We gaan het zien. Zoals we dat ook al in Wenen op het station zagen en vandaag in Praag. Maar dan tig keer massaler. Ik kan er niet over uit, dat ik niet had gedacht ooit nog aan de rand, weliswaar op veilige afstand, van een oorlog te verklaren leven. Hoe moet het zijn wanneer je nog in Marioepol, Charkiv of Kviv bent. Hoe is het als je als jong broekje vanuit ergens ver weg naar het front wordt gestuurd.

ik stel mezelf de vraag wat ik zou of misschien kan doen? Ik heb nog geen begin van een antwoord op die vraag.

Praag, 11 maart 2022

Midden Europa

Ik zit in de trein van Wenen naar Praag en blader door het boekje met toeristische tips van Praag. Ik lees over de Joden in Praag, over Jan Palach, Alexander Dubcek en Vaclav Havèl. Iets verderop in Europa woedt de oorlog in Oekraïne.

Ik denk na over Europa. Ik ben geen deskundige. Gaat het over angst? Zijn de Russen bang voor West-Europa? Zijn wij, West-Europeanen, bang voor de Russen? We vechten niet tegen de Russen, we willen graag hun gas. We vechten tegen Poetin. Zoals de Russen Hitler en Napoleon lieten vastlopen in de moerassen, zo hopen we dat Poetin vastloopt in Oekraïne.

Gaat het over buffers? Zit het Midden-Europa van Polen, Tsjechië, Hongarije en Oekraïne klem tussen de draaideur van Rusland, Duitsland en Frankrijk? Dan weer vallen ze onder de invloedssfeer van het westen, dan weer van het oosten. De oorlogen zijn de laatste driehonderd jaar talrijk geweest.

Wat wil het volk? Misschien is dat wel de belangrijkste vraag die niet relevant is. We waren gisteren op Schönbrunn in Wenen. Wat een pracht en een praal. Wie heeft dat gebouwd? De opdrachtgevers of de mensen, die het met hun blote handen bouwden? Het waren de tsaren in St. Petersburg die zo rijk waren, dat ze het zicht op de gewone man kwijt waren. En revolutie ontstond. Maar ook de mensen van de revolutie deden niet wat ze zeiden. Ze onderdrukten het volk. En de afgelopen weken praten we over de oligarchen die rijk geworden zijn dankzij Poetin en nu hun jachten moeten veilig stellen uit de havens van Monaco en Marbella. Ik heb het maar niet over Vitesse uit Arnhem, eigendom van een Rus, dat in een laffe verklaring niet de woorden oorlog en invasie gebruikte.

Ik weet het niet. Ik leef even gewoon door. Nooit had ik gedacht dat er in mijn leven nog een dreiging van een kernoorlog zou plaatsvinden. Ik dacht dat het in 1989 klaar was. Dat mijn protest in 1981 en 1983 geholpen had. Hoe naïef kon ik zijn?

En toch denk ik ook dat angst, afschrikking en oorlog niet de weg is. En dus blijf ik naïef. De enige weg is communicatie. Elkaar vertellen waarom en waarvoor je bang bent. Met elkaar in contact treden. Ik heb veel respect voor Zelensky, de premier van Oekraïne in oorlogstijd. Hij is helder naar Europa, hij is helder naar Poetin en hij is helder naar zijn volk. Ik zag gisteren een video, waarin hij zei waar hij zat en dat hij daar niet wegging en dat hij geen angst had. Dat vond ik sterk. Sterker dan de man die acht meter tafel nodig heeft om zich af te zonderen van zijn gevolg.

Gisteren waren we in Wenen bij de ambassade van Oekraïne en morgen gaan we in Praag naar dezelfde ambassade. Verder maken we plezier, al denken we, met wie ik ben en ik, voortdurend aan de oorlog. Cynische gedachten als ‘het leven gaat door’ en ‘voordat de bom valt…’ werpen we nog even verre van ons. Het is nog niet onomkeerbaar.

In de jaren zeventig hadden we autoloze zondagen en de gijzelingen van de Palestijnen. De laatste jaren hadden we gedonder met IS, waar we gisteren in Wenen ook nog aan herinnerd werden.

Praten met elkaar is misschien wel de enige oplossing. Ergens zal dat beginnen, misschien al wel in Turkije wanneer de ministers van buitenlandse zaken van Rusland en Oekraïne bij elkaar komen. Hoop doet leven!

9 maart 2022

NB.: Muurschildering in Wenen aan de Donau, waar we gisteren heerlijk in de zon zaten.

Hiddensee

Twee keer was ik op Hiddensee. De eerste keer met een groep mensen uit Sneek en uit Stralsund. Het was nog in de tijd van de DDR. We gingen met de boot. Voor de mensen in Stralsund was Hiddensee een plek waar ze ‘een soort’ vrijuit konden praten. Daar was het mogelijk te praten zonder dat ze afgeluisterd werden. Althans dat risico namen ze. De muur was nog niet gevallen en de mensen in Stralsund droomden van het vrije westen. Sommigen namen het risico te vluchten, anderen zochten de vrijheid in een volkstuincomplex en in de kerk. Maar de kerk was ook niet betrouwbaar. Overal moesten ze uitkijken. Het was in de tijd dat Nederlandse kerken verbinding zochten met kerken in de DDR. De mensen hier werden handlangers van de communisten genoemd. De mensen daar verraders van de communisten. Het was een verwarrende tijd met de dreiging van een nucleaire oorlog. En daar liepen we op het strand van Hiddensee, door de nog niet geplaveide zandpaden in de dorpen. En daar was het plaatselijke museum met muziek van Nina Hagen.

De vrijheid die ik daar ervoer, te midden van de benauwde politiek setting van de Koude Oorlog, zal ik nooit vergeten.

Een paar jaar later viel de muur en ging ik naar een bruiloft in Polen. Met een camper gingen we langs Dresden en Wittenberg naar Konin in Polen. Op de terugweg via Berlijn naar Stralsund, waar we de mensen opzochten waar ik had gelogeerd in 1986. De situatie was totaal veranderd. Ze waren blij en een soort vrij. Ze voelden niet meer de angst van het communisme. We sliepen in de camper. Hiddensee hebben we toen alleen gezien. Ik moest nog een keer terug…

Dat gebeurde in 2009. Met wie ik ben en ik gingen naar Berlijn. Gewoon gezellig op stedentrip. Met de auto er naar toe en fietsen door Berlijn. Langs de muur, naar de Gedächtniskirche en over het Alexanderplein. Na een paar dagen reden we dezelfde route als toen met de camper. We parkeerden de auto op Rügen en gingen met de boot naar Hiddensee. Een paar nachten in een hotel. De vis werd verkocht op de visafslag: een paar palen met een zeil erover. We hebben er heerlijk gelopen en ik heb de vrijheid opnieuw ervaren van een prachtig eiland waar je een keer geweest moet zijn.

Visafslag Hiddensee 2009

Mooi dat Merkel Nina Hagens dromen op Hiddensee verwerkte in haar afscheid bij de Brandenburger Tor, op de plaats van de muur, die er niet meer is.

3 december 2021

Woest en ledig

Ooit was ik eens op de Vesuvius en keek in de krater. Wat giftige dampen kwamen naar boven. Je keek als het ware naar het binnenste van de aarde. Ik zit eens in een berghut op 3000 meter in Zwitserland en met iemand sprak ik over de vormen van de Alpen. Allemaal uitgesleten dalen van rivieren die nergens recht lopen en sinds mensenheugenis hun eigen grillige weg vormen. We vergeleken het met de wadden: ook een eindeloze hoeveelheid geulen en stroompjes die het water naar de zee laten stromen. Ze lijken qua vorm wel wat op elkaar, de wadden en de Alpen. Niks is recht, hier wat breder en dieper dan daar. Alles gaat van hoog naar laag. Bij beiden ervaar ik iets van het begin en het einde.

Echt ervoer ik dat in Nepal in 2019. We waren in Manang en voor mij en met wie ik ben was de tocht voorbij Manang het eindpunt. Tilicho Lake zouden we niet halen. De Thorung La pass ook niet. We zagen hoe woest en ledig het land verderop was.

Weg naar Tilicho Lake, Nepal, november 2019

Vandaag zag ik in de media een filmpje van een Duitser op Las Palmas, die de uitbarsting van de vulkaan filmde. Er kwam een vuurbal naar beneden en die rolde door het stoffige lava als een lawine van sneeuw, als de branding bij windkracht 10. Niet te stoppen. Niet tegen te houden. Woest en ledig is het landschap. De man filmt door en hij heeft geluk, want de steen komt vlak bij hem tot stilstand. Van binnen is de steen gloeiend heet. Onaanraakbaar.

Dichter bij de binnenkant van de aarde kom je niet. Het doet denken aan het ei van Brancusi, “het begin van de wereld”, dat hier een eindje verderop in het Kröller-Müller Museum ligt. Dichter bij het begin ook niet.

30 oktober 2021

Tilos

Ooit ben ik met wie ik ben naar Rhodos geweest in mei. Toen we terugvlogen naar Nederland, vlogen we over een klein eiland. Het vliegtuig was nog laag, kwam net van de startbaan los en ik zag het eiland in zijn geheel vanaf, zeg, vijfhonderd meter hoogte. Ik dacht: Daar wil ik een keer heen.

Terug in Nederland ben ik van alles op gaan zoeken over het eiland. Het is klein, met twee dorpen en twee echte stranden. Er zijn veel meer kleine strandjes in baaien, die vrijwel onbereikbaar zijn. Er is een webcam, maar die doet het bijna nooit en er is weleens een pandje te koop, maar dat is te duur.

Toen ik nog werkte heb ik vaak gedacht, daar ga ik heen wanneer ik met pensioen ga. Een soort afkikken van werk en alle dagen vis eten met Griekse salade. De ochtend beginnen met zwemmen in zee, niets is lekkerder, en de avond eindigen met een biertje dromerig vooruit kijken over het water. Het is er nog niet van gekomen. Met wie ik ben denkt dat ik geen drie weken of een maand stil kan zitten. Dat er niks te doen is, wat ik leuk zou vinden.

We hebben net een week in de Alpen gewandeld en nu zitten we een eindje verderop aan de Middellandse Zee. Oh, wat een drukte. We zijn er net 24 uur en ik wil nu al naar Tilos. Ik moet daar een keer naartoe. Kijken hoe het gaat om bruin gebakken terug te keren naar Nederland en dat de mensen vragen: Waar kom jij vandaan?

De komende dagen gaan we een parasol huren om lekker te kunnen zwemmen in zee. Dat gaat gebeuren en is eigenlijk ook best leuk. Het is lekker standaard en niet custommade. En allemaal Italiaanse scootertjes op de parkeerplaats bij het strand. Dat heeft ook wel wat. Nog geen sardientjes gehad. Dat komt nog wel…

25 juli 2021

Mischabel

De hele dag heb ik het nummer van Paul McCarthy Michel, ma belle!! In mijn hoofd. Het slaat natuurlijk nergens op. We, met wie ik ben is mee, lopen met uitzicht op het Mischabel massief met de op een na hoogste berg van Europa. De Dom. Hij is net in de wolken. Vlak daarnaast de Taschhorn. Deze is maar 45 meter lager, 4490 meter. Het is een geweldig uitzicht. We hebben geluk. Nog net voor de extra maatregelen in Duitsland zijn we op vakantie gegaan naar het Saasdal, aan de voet van het Mischabel massief.
Een paar jaar geleden was ik hier en daarvoor ben ik een paar keer aan de andere kant geweest. In Zermatt. Een mondaine plaats waar ooit Heather Nova ‘Like a hurricane ‘ van Neil Young speelde. De MP3 heb ik ergens. Wij stonden daar op de plaatselijke camping, door onze kinderen ‘het weiland’ genoemd. We waren daar veertien dagen en kregen korting, omdat niemand daar zo lang bleef. Het was een camping met veel bergbeklimmers. Ik herinner me dat er ook een stel naar de Dom ging. Twee dagen later kwamen ze helemaal kapot terug. Wat een uitputtingsslag. Op die berg keken we vandaag.

Op de wandelkaart met de naam Mischabel heb ik tientallen wandelingen ingetekend.

Het zijn stuk voor stuk wandelingen met uitzicht op voor mij onbereikbare plaatsen. Mooier wordt het niet.

18 juli 2021

Coronacrisis (21) – Lockdown

En dan is het er toch ineens, die Lockdown, half december. We hebben even aan het gewone leven geproefd. Op vakantie geweest en naar het theater. Nog niet naar het festival. Nu: Kerst zonder alle geliefden op de bank. Ik kon er goed tegen.

En dan is het er toch ineens. Dat verdriet, die kwaadheid, dat respect…. Ik moest nog wat essentiële producten in huis halen, zoals tandenstokers, een six pack Leffe Blond en mondkapjes. Ik maakte een ommetje langs de visboer (morgen vis), de treintjeswinkel (dicht) en ik fietste door de stad…. Waar het op donderdagmiddag drie uur druk moet zijn, was het stil. Niks te doen. Dat raakt.

Ik kom thuis en lees op Twitter de reacties op het kamerrapport over de zogenaamde toeslagenfraude (ik zeg dat het meer over een afgrijselijke bureaucratische structuur gaat), over die gasten die zo nodig naar Tenerife en Zwitserland moeten (Ja, we hebben er over nagedacht, want Rutte noemt ons a-sociaal, maar we zijn op ons zelf). Ik word ongelofelijk kwaad. Ik draai Placebo.

Wat heb ik dan een respect voor Rein, Geert, Rosemarijn en al die anderen in de zorg, die in de vuurlinie staan en de zorg voor ons in stand houden. Voor de bloemist van “De Linde”, die haar winkeltje naar buiten heeft verplaatst. Ze is positief. Ze vindt het wel leuk. Het is weer eens wat anders, zegt ze. En voor de mensen die op al die zolderkamertjes ook op donderdagmiddag na kantoortijd gewoon door buffelen, omdat het nodig is.

Dominee Gremdaat raakte de juiste toon. Kijk hier. Ga niet op vakantie. Maak er thuis wat van. Dat ga ik doen!

Heb ik het of heb ik het niet?

Gisteren nog een mooie dag gehad met met wie ik ben en kleinkinderen. Naar het meisje van Vermeer en de volkstuin. Landje pik gespeeld tijdens de laatste zonnestraal van de dag. Vanochtend gewoon “gewerkt”. Dat wil zeggen foto’s van mijn telefoon opgeruimd. Dat is wel een klus, wanneer je er elke dag een paar maakt. Lunchen en naar de molen. Ik zit te eten en word duizelig. Af en toe moe deze week en een wat droge kuch. Ik heb toch geen corona?

Ik zeg de molen af. Het is windstil, maar voor een leerling als ik, valt er op z’n middag toch veel te leren. Echt, vijf minuten voor tijd afgebeld. Niet mijn ding.

Ik zat wat na te denken, wat het zou zijn? Had al een mailtje naar de huisarts gedicht. Testen? Kost niks…. Gebeld, morgen kan ik terecht. Doen dan maar.

Heb ik het? Ik voel steeds meer symptomen nu ik me eraan overgeef. Ik doe nog wel van alles, maar wel rustig aan en met tussenpozen. In quarantaine!

Maandag weten we meer….

23 oktober 2020

De Test

Ik heb er wel goed aan gedaan om me te laten testen. Ik voel me grieperig en heb weinig energie. Ik heb nog wel reuk. Ik hoest droog en heb een beetje koorts. Ik ben zo benieuwd hoe de ziekte zich ontwikkeld. Nu heb ik een gewoon griepje. Wordt het de Aboutaleb variant of de Trump variant. Moet ik ooit aan de beademing? Dat lijkt me niks. Wanneer ik de uitslag heb, wie informeer ik dan? Waar heb ik het opgelopen? Vind ik het erg om naar Duitsland te moeten, indien nodig?

En dan de test. Op een desolaat parkeerterrein van een Pathé theater aan de snelweg meld ik me. Een vriendelijke man zegt dat ik in de auto mag blijven tot hij een seintje geeft. Ik kijk even in de auto naar de kwalificatie van de F1 in Portugal. Niet lang, want ik mag naar de volgende rij, en weer naar een volgende rij en nog een keer. De teststraat is een mix van wachten tot de baas van het stembureau voorleest dat jij het bent die om 15:30 uur komt stemmen en van het wachten in de rij op Schiphol onderweg naar een ver oord. Uiteindelijk kom je bij een mevrouw die heel professioneel de test afneemt. Dat is een moment vervelend en voelt als bij de tandarts. Het is echter veel sneller voorbij. Voor je het weet ben je weer buiten en rij je op de A12 naar huis. Niet meer dan een uur onderweg uit en thuis.

Nu de uitslag. Ik ben daar toch wel gespannen over. Ik voel me gewoon grieperig en heb in mijn coronablogs geschreven: Je wilt het niet hebben. En ik weet ook wel dat het topje van de ijsberg serieuze klachten krijgt. Maar ik wil het niet. Ik heb nog zoveel te leven…

Morgen kijken op coronatest.nl met mijn DigiD.

24 oktober 2020

Ik heb het dus…

Gisterochtend de uitslag gekregen. Best wel snel vind ik. Daar ben ik niet bij mee. Zondag hadden we al een lijstje gemaakt van wat er te doen is, maar het is toch anders wanneer je weet dat je het hebt. Wat heb ik verkeerd gedaan? Dat soort vragen.

Nu in thuis isolatie. Met wie ik ben krijgt een deel van het huis en ik ook. Eerlijk verdeeld. Niet meer in hetzelfde bed. Gewoon ieder op zich. Ik hoor allemaal klachten over gezelligheid. Nou, het is ff niet gezellig.

Ik voel me redelijk, maar slaap wel veel. Met name de pijn in de longen verontrusten, maar deze is nu alweer wat minder. Misschien heb ik toch de Trump variant. Ik zit me alweer af te vragen hoe lang ik in quarantaine moet blijven. 10 dagen na de eerste klachten, begrijp ik. Dat is tot maandag 2 november.

Vanochtend werd er gebeld over het bron en contactonderzoek. Voor mij niet, want ik werk niet in het onderwijs en ik heb niet gevlogen. Dat ik een hotel ben geweest vorige week op Vlieland was van onvoldoende belang. We gingen naar Vlieland een paar dagen weg, omdat daar nauwelijks Corona is. Toch denk ik, dat ik het daar heb opgelopen.

27 oktober 2020

Dorpstraat, Ons Dorp

Dat is het eigenlijk, de Dorpstraat in Vlieland. De afgelopen dagen ben ik er een keer of tien doorheen gelopen en nog een aantal keren gefietst ook. Van de boot naar het hotel, naar de vuurtoren en weer terug. Als begin en eind van een wandeling om de oost en het rondje naar het Posthuis. De winkel met de bhoeda’s en de treintjes is er nog steeds, evenals de warme bakker. Hoe lang zou die het volhouden. Het mooiste is de Dorpstraat in de herfst. Als het stormt. Zoals vandaag.

Zometeen gaan we naar de boot en zit het er voor een jaar weer op. Ik krijg er niet genoeg van. Ik moet terug. Het is een vorm van weemoed die ik koester. Het is niet anders.

Bakker Wester
Boeddha en treintjes

21 oktober 2020

Regenboog

Vandaag 10 kilometer aan het strand gelopen. We werden voortdurend achtervolgd door de regenboog. Mooi.

De regenboog is een teken van hoop. Na de zondvloed sloot God een verbond met Noach en met alles wat op aarde leefde. Hij bezegelde dat verbond met de regenboog, die aan de hemel stond.

Later, eind jaren zeventig begin jaren tachtig, liep ik met het teken van de regenboog op mijn rug door Amsterdam. De stichting Regenboog is nog steeds actief in de begeleiding van mensen die aan lager wal zijn geraakt. Mooie club, die inmiddels professionele verslavingszorg biedt.

In mijn stad is een regenboog zebrapad. Het is ter ondersteuning van alle mensen met alle soorten van seksuele geaardheid. De kleurrijke samenleving.

In het wielrennen is de drager van de regenboogtrui de wereldkampioen in de betreffende discipline.

Noordzee
Waddenzee

Dat is nog weer eens wat anders dan 150 tinten grijs op 26 juni 2019.

18 oktober 2020