Ordinary People

Meer dan twintig jaar loop ik mee in het circus van de Arnhemse Bedrijven Tafeltennis Federatie, de ABTF. Zo ook gisteravond. Eén gewonnen en één verloren. De tegenstander kwam met twee spelers, zodat ik de derde pot formeel won. Gezweet. Een vijf setter verloren en een vier setter gewonnen. Het gaat wel ergens over, hé. De ABTF bestond uit leden van personeelsvereniging van een stuk of twintig bedrijven. Er zijn er nu nog vier of vijf van over. In de twintig jaar dat ik mee doe, is de gemiddelde leeftijd van de spelers ook twintig jaar ouder geworden. Vroeger kwamen we heel Arnhem door. Buurthuis De Hobbit, de kantine van de Trolleys, de kelder van Rijnstate en niet te vergeten de Uithoek. De Uithoek is het home van de APNSA. Je snapt het al: de personeelsvereniging van de NS. De containers staan op een uithoek van het NS complex waar de treinen overnachten. Vroeger kon je er biljarten, tafeltennissen en line dansen. Het was binnen de ABTF de enige plek waar het bier uit de tap kwam. Een prachtige plek en ik heb op mijn treinbaan een aantal opstelsporen naar deze uithoek vernoemd.

Het gaat natuurlijk om het spelletje: Fanatiek dat we zijn!! We willen winnen. Soms vliegen de batjes door de lucht, schop ik tegen een side bord aan (kan geen kwaad) of roep ik om mezelf op te peppen “Kom op!!!”… En ik ben heel netjes wat dit betreft. Maar het gaat meer om de mensen, die al een eeuwigheid wekelijks hun tafeltennisvete uitvechten, zoals dat in vele sportverenigingen gebeurt. Er wordt gelachen, gedronken en soms gehuild. Tegenslagen worden verwerkt en overwinningen worden gevierd. Gesprekken worden gevoerd en meningen gedeeld. Het is een wereld op zich. Een mooie wereld.

Gisteravond kwam ik thuis en had ik het nummer Ordinary People van Neil Young in mijn hoofd. Ooit schreef Wim Boevink in Trouw een column over dit nummer. Prachtig. Ordinary Peaple is een ware ode van 20 minuten aan de gewone man. Een symfonie in de popmuziek waarvan er maar een paar gemaakt zijn: Child in time van Deep Purple, Stairway to heaven van Led Zeppelin en persoonlijk vind ik daar Paranoid Android van Radiohead ook toe behoren. Muziek met een verhaal. Muziek die je hard moet draaien: je moet 20 minuten niet aan de buren denken. Muziek waar je niet van kan slapen. Muziek die blijft nagalmen in je hoofd.

Ordinary People van Neil Young.

18 januari 2023

….u heeft het brood nodig

Van vroeger thuis herinner ik mij de slogan van de warme bakkers: “Neem de tijd voor uw ontbijt, u heeft het brood nodig!” Van latere datum is de slogan: “Brood, daar zit wat in…” En dat is ook zo: brood is lekker. Je kunt er van alles op doen, zodat het iedere keer anders smaakt. Je groeit ervan en het is voedzaam.

Vanavond zag ik dit item over brood in het journaal van 8 uur. Mijn mond viel open. Wat een verspilling. Brood heeft als USP (uniek selling point) dat het duurzaam is, dat het lekker is en gezond. De supermarkten hebben alle moeite gedaan om de middenstand klein te krijgen. Dat is ze met de slager en de groenteboer gelukt. In welke woonwijk vind je nog dit soort winkels. De bakkerswinkel bestaat vaak nog wel, ook al wordt het brood elders gebakken. En daar gooien we het brood dat over is weg…. want het is een dag oud…. dat willen de mensen niet meer…

Wat een verspilling: 700.000 broden weggooien. Ik maakte het volgende rekensommetje. Wij zijn, ik samen met wie ik ben, gemiddelde broodeters. Wij eten een half brood per dag. Dat zijn 12 plakjes, dus zes plakjes per dag. Mijn kleinzoon van 10 zit in de groei en eet het dubbele: aan één stuk door roept hij: ik heb honger en dan splitsen we hem weer een boterham in de maag. Mijn schoonmoeder van 92 heeft aan twee plakjes per dag genoeg. Ik hou het erop dat de Nederlander gemiddeld een kwart brood per dag eet. Dat zijn dus met 18 miljoen mensen samen 4,5 miljoen broden. 1% daarvan is 45.000 broden. Dus wij gooien 700.000 broden weg dat is meer dan 15 % van al het brood dat gemaakt wordt. Bizar. Een paar oplossingen:

Eén: Biedt mensen korting op brood uit de diepvries. Brood dat om 16:00 nog niet is verkocht gaat de diepvries in en wordt op dagen dat het brood op is verkocht met 15% korting.
Twee: Maak mensen duidelijk dat je het brood best een paar dagen lang kunt gebruiken. In het fijne volkorenbrood dat onze bakker verkoopt zit zoveel vet en conserveringsmiddel dat het dagen meegaat.
Drie: Doe het brood dat over is even in de oven bij de winkel en het is weer heerlijk knapperig. Iedere winkel heeft een afbakoven tegenwoordig. Daar kun je prima wat brood opnieuw in bakken. Vijf minuten werk.
Vier: Minder bakken. Van huis uit weet ik dat het lastig is om de vraag van morgen precies te voorspellen. Wanneer je wat minder bakt, hoef je minder weg te gooien. Je doet dan wel eerder een beroep op de diepvries.

En anders zeg ik tegen de klanten: bak je eigen brood. Eén keer in de week doe ik dat en dan moet ik voortmaken om het brood op te eten, want het is sneller oud. Mijn desembrood blijft redelijk lang lekker, daar zit niets anders in dan meel, zout en water. In mijn gistbrood zit ook een beetje suiker en boter, volgens het recept van meesterbakker Robért van Beckhoven. Desembrood kun je tussen neus en lippen door bakken. Gistbrood bakken kost meer tijd en moet je eigenlijk ’s ochtends vroeg bakken. Maar mijn buurman heeft een broodmachine en die wordt ’s ochtends wakker en dan ruikt het in heel het huis al lekker naar brood.

Kortom mogelijkheden genoeg om de verspilling van brood met 10% te verlagen.

4 januari 2023

Oudjaar

We hebben alle boodschappen binnen. De druiven achter het huis zijn gesnoeid. De poort van het achterom is op slot. Het vuurwerk ligt in de gang en het staatslot op het dressoir. Of we de dertig miljoen gaan winnen is zeer de vraag, maar we hebben in ieder geval een poging gedaan tot.

Vuurwerk in de gang

Morgen is het oudjaar. Vroeger bakte mijn moeder oliebollen voor de klanten van de bakkerij. Om vijf uur stond ze op en bakte door tot ze tegen een uur of tien klaar was. Het eten voor het ’toafel’n’ had ze de dag ervoor al gemaakt net als de huzarensalade en de chipolatapudding. Wanneer om vijf uur ’s middags iedereen klaar was, ging zij verder met het mooi maken van de tafel, het aankleden van de woonkamer en zo meer. Een man of tien kwam aan tafel tegen een uur of acht en er werd gegeten en gedronken. Veel vlees van allerlei soort, zoals verse worst en karbonade. In de zomer zouden we dat nu een BBQ noemen. Als het eten klaar was, pakte mijn vader als altijd de Bijbel en las psalm 90 over de vergankelijke mens. Over de ellende van het leven: dat wij onze dagen tellen en een wijs hart verkrijgen. Over het goede: het werk van onze handen, dat dat goed mag zijn.

Als het eten op was, werd er een spelletje gedaan, meestal sjoelen of jokeren. Als kind genoot ik van die avonden. Ik voelde dat iedereen blij was. Het jaar zat erop, de kerst voorbij en een nieuw jaar was op komst: nieuwe ronde, nieuwe kansen.

Met wie ik ben stond vanmiddag in de keuken. Niet dat daar verse worst en karbonades werden gebraden, wel werd kippensoep getrokken en werd een huzarensalade gemaakt. En net als thuis vroeger staat er morgenavond een pasteitje met eigen gemaakte ragout op tafel.

2022 is voorbij. Corona lijkt voorbij, maar de oorlog in Oekraïne niet. De Russen hebben weliswaar Sloviansk niet bereikt (zie eerder blog), maar ze maken alles kapot wat los en vast zit. Bij ons zijn energieprijzen op recordhoogte en de inflatie giert de pan uit. Simpel was het niet voor veel mensen dit jaar. En dan heb ik het nog niet over de slachtoffers van de toeslagenaffaire, de arbeidsmigranten en de Groningers.

Gisteren was ik met twee jonge mensen van 9 en 10 in het Kröller-Müller museum, hier vlakbij om de hoek. Ze keken hun ogen uit, waren blij verrast dat ze iets zagen, waar ze op school over hadden gehoord, vroegen of de Aardappeleters er ook waren (dat bleek zo te zijn) en keken bewonderend naar het pointillisme van Signac. Die ochtend had ik ze thuis uitgelegd, toen ze aan het tekenen waren, wat dat was. Na de pannenkoek zagen we allerlei natuurwonderen in het Museonder. Voor hen ligt de toekomst, de toekomst van 2023 en verder.

Geslachten gaan en geslachten komen. Iedereen maakt wat van de wereld, zoals hij/zij of die hem aantreft.

30 december 2022

Beginnen bij het eind…

Gisteren kwam ik deze tweet tegen. Ik ben al eens in Wageningen geweest voor een goed gesprek met boeren en ik was in Deventer bij een discussieavond georganiseerd door de Raad voor het openbaar bestuur en ik heb me op Twitter ook niet onbetuigd gelaten, wanneer het ging om de boerenopstand. Ik vind de vraag van Joris uitdagend. Je hoeft geen boer te zijn om daarover na te denken. Een beetje inlevingsvermogen is misschien wel welkom.

Wat moeten wij morgen gaan doen? Dat is de vraag.

Ik moest denken aan een sessie die ik eens met Paul Valens heb gedaan op Schiermonnikoog. Tot mijn grote irritatie kon ik de sessie niet afmaken, want ik moest terug naar kantoor. Allerlei zakelijke drama’s voltrokken zich en ik ging eerder naar huis. Schiermonnikoog – Arnhem is dan een lange reis. Vanochtend liep ik met de vraag van Joris over Planken Wambuis, een prachtige plek in midden Nederland, waar de wolf leeft. Niet gezien trouwens vanochtend. Het volgende antwoord spookte door mijn hoofd met als conclusie: uit elkaar trekken die kluwen wol waar de boeren in vastzitten. Ik gebruik de simpele hiërarchie van de operationele, tactische en strategische benadering. Honderd andere modellen zijn beschikbaar.

Operationeel: Vandaag en morgen en de komende weken en maanden en misschien wel jaren moeten boeren gewoon blijven melken, zaaien en oogsten. Gewoon werken, net als ieder ander. Ik ben het ook wel eens zat geweest: de stapels te hoog, de dossiers te moeilijk. Ik kap ermee, dacht ik dan. Dat is geen optie. Er moet gewoon brood op de plank: kinderen moeten naar school, de hypotheek moet worden betaald en ga zo maar door. Weinig tot geen keuze.

Tactisch: Over tactische dingen nadenken: daar kun je ook vandaag mee beginnen. Die mensen die bij Joris komen praten zijn daar al mee bezig. Ze denken na over hun bedrijfsvoering, zoeken nieuwe wegen. Willen misschien de oude wel bewaren, maar weten nog niet hoe. Ze zitten in een schuitje met aan de ene kant de contracten van Agrifirm of For Farmers en aan de andere kant zitten ze vast aan Campina en ondertussen heeft de Rabo of de ABNAMRO ze klem gezet met een financiering die alleen mogelijk is met een bepaald bedrijfsmodel. Tactische acties kunnen zijn: gaan praten met partners om te kijken waar de angel zit. Hoe het beter kan en wat de opties zijn. En wanneer er boeren zijn die het emotioneel over de schoenen loopt dan is het niet gek om eens met anderen te gaan praten over wat er knelt. Ook Denzil Dumfries doet dat! Het bij anderen of bij andere instanties leggen gaat niet helpen. Kijken wat je zelf kunt, dat helpt.

Strategisch: Ja, dan kom ik bij Paul Valens uit. Het eerste wat ik van hem leerde was het luisteren naar het taalgebruik. Wanneer iedereen het heeft gedaan en dat het altijd ten nadele van mij is en dat anderen altijd tegen mij zijn, dan moet je opletten. Bij ons thuis noemen we dat “het iedereen, altijd, alles”- syndroom. “No Farmers, No Food…” hoort in dit rijtje. Je komt niet verder wanneer je niet specifiek bent. Ik heb daar van Geertjan Kloosterboer voor op mijn donder gehad omdat ik schreef: de boeren moeten om. Alle boeren? Nee, natuurlijk niet. Alléén de boeren? Ook niet natuurlijk. Ook de consument, die meer moet betalen, en de industrie en de distributie, die minder winstgevend zullen worden. Ik maakte ervan “ook de boeren moeten om…” ik denk dat dat ook zo is, maar wel op een goede manier zet ik er nu bij.

Het tweede wat ik van Paul Valens leerde was: blijf niet zitten in de ontkenning dat het anders moet en de emotie die dat oproept. Het wordt pas beter wanneer je gaat nadenken en aanvaardt dat je dat wat je niet kunt beïnvloeden geen energie moet geven. Op de trekker zitten om gras te maaien geeft energie. Op de trekker naar Den Haag lost niks op. Iedereen wordt boos, en de doelen blijven hetzelfde. Voor de individuele boer is er niet een begin van een oplossing.

Het derde en belangrijkste wat ik leerde was: Begin met het einddoel voor ogen. Wat wil je? Dat alles blijft zoals het is, is een illusie: dat gold voor bakkers, mijnwerkers, stukgoedsjouwers in de haven en noem maar op. Zelfs voor meester en juffen op de basisschool en boeren die al wat anders zijn gaan doen. En voor de huidige boeren geldt: het gaat veranderen. De vraag die dan boven komt is: wat wil ik? Dat mijn kind het bedrijf overneemt? Dat ik voldoende verdien om op mijn oude dag ook nog van de natuur te genieten? Dat ik boer blijf? Of juist niet, wanneer er een goede kans is ga ik wat anders doen. Om boer te zijn in deze tijd heb je heel veel talenten. Die kun je ook op andere plaatsen inzetten.

Wanneer je boer wilt zijn en blijven: ook dan weet je dat het gaat veranderen. De boeren zijn er zelf het grote voorbeeld van: Bijna nergens vind je nog keuterboeren met 20 koeien. De afgelopen 75 jaar is het vak totaal veranderd. Dus ook de boeren, die boer willen blijven, moeten beginnen met het einddoel voor ogen. De komende 75 jaar gaat het vak nog veel meer veranderen…. Wat wil ik in veranderende marktomstandigheden?

Wat de individuele boer wil, daar kan ik geen antwoord op geven. Dat weet hij alleen zelf, wanneer hij bijvoorbeeld samen met zijn partner een week op Texel gaat zitten om na te denken wat hij wil, daarover praat met Joris en veel anderen (ook van buiten de sector) en een plan maakt. Zijn vakmanschap zal blijken, wanneer de boer in staat is om zijn plan aan de telkens weer veranderende markten aan te passen. En ook dat doen veel boeren door groene en blauwe taken uit te voeren. Uiteraard moet daar dan ook voor betaald worden.

Beginnen bij het eind: waar wil ik naar toe?

Met het zoeken naar een antwoord op die vraag kun je vandaag beginnen.

11 december 2022

Mijn verstand staat stil….

in de kerstshow van de Intratuin in Duiven.

Het is een gewone dinsdagmorgen in december. Sinterklaas is weg, maar nog niet in Spanje. Een dag waarop ik, samen met wie ik ben, een kleinzoon ophaal, want die is een beetje ziek. Verkouden, ik loop er zelf ook al een week of twee mee rond. Stront chagrijnig wordt je ervan. Voor de lol gaan we even naar de kerstshow van de Intratuin. We komen er toch langs en we hebben al hard gelachen om de wijze waarop iemand van drie dat kan uitspreken: de kerssjo van de intratuin. Bovendien rijden er modeltreintjes en die wil ik ook wel even zien.

Daar gaan we dus, dinsdagmorgen half elf. Geen parkeerplaats te vinden. Ja, ergens een eind verderop. Je loopt over de opa’s en oma’s met kleinkinderen, moeders en vaders en buurvrouwen samen met andere buurvrouwen. Ik dacht dat dinsdag een werkdag is voor wie niet gepensioneerd is. Hoe moet het hier dan zijn in het weekend. Ik raad je niet aan om te gaan kijken.

Mijn verstand staat stil. Wat een mensen en wat een spullen en ook wat een systeem. Ik ben een zoon van een kleine middenstander uit een provincieplaatsje. Je doet je boodschappen, ook je kerstboodschappen in de plaats waar je woont. En nu woon ik in een wijk waar nauwelijks nog winkels zijn, maar vlakbij is wel een Praxis en even verderop een Blokker en nog iets verder een gewone Intratuin waar ik de weg weet. Maar dit… dit is een echte Mall, één centrum met een Gamma, een woonwinkel, een restaurant en wat niet al. Alles overdekt denk je dan, maar je moet wel een paar honderd meter lopen om bij je auto te komen. Geen openbaar vervoer te zien. Dat kan ook niet, wanneer je met een kofferbak vol rommel thuis moet komen.

We waren dus op zoek naar een ouderwetse kersster voor iemand van 92. Die kun je er niet vinden. Wat er wel is is glitterkerssterren en kunstkerstbomen, waar je alleen al ADHD van krijgt als je er naar kijkt. Gek wordt je ervan. Zelf ben ik natuurlijk gek op treintjes. Het is hartstikke leuk dat die er rijden. Een simpel baantje, waar verder niemand meer naar hoeft om te kijken. Het gaat om de molentjes en de huisjes en de tierelantijntjes die erom heen staan. Die worden verkocht.

En zo geschiedde: We kwamen voor een onvindbare kerstster en gingen weg met een draaiend molentje, dat wel bij mijn treinbaan past. En geluk ook nog: die jongen van drie heeft in de draaimolen gezeten.

6 december 2022

Miezer

Het was een grijze dag vandaag. De hele dag miezerde het. Ik begon mijn dag met de krant en las de recensie van het concert van The Cure in de ZiggoDome. Dat kan er ook nog wel bij , dacht ik. Ik was daar niet! Ergens vandaag maar hun muziek draaien. Alles in mineur, maar zo mooi. Vier sterren in Trouw.

Ik moest naar de kapper. Natuurlijk vraagt de kapster (+/- 25): wat gaat u doen vandaag? Ik heb een belangrijk verhaal opgehangen over een klusje dat ik moet doen voor de volkstuinvereniging. Na nog wat boodschappen, ben ik naar boven gegaan naar mijn treinwalhalla. Daar was het mooi weer voor. Eindeloos pielen met treintjes, die op de juiste plaats op het perron moeten rijden. Verstoringen in de dienstregeling, waar de NS geen idee van heeft. De hele treinenloop aan gort. Mooie hobby is dat. Vooral op zo’n dag.

Tegen het donker luisterde ik naar The Cure. Het album Seventeen Seconds heb ik vaak gedraaid: op zaterdagavond met een biertje erbij, soms met de koptelefoon op, lekker hard. Het miezert dan in je hoofd. Alles in mineur, maar zo mooi.

Op de tafel ligt al een paar weken een artikel van Roek Lips. Via LinkedIn werd ik hierop gewezen. Het is een interview met Dirk de Wachter. Dirk is psychiater en heeft kanker. Hij vertelt over het leven en hoe dat (soms) gaat. Over nabijheid: als de mens bestaat in de blik van de ander, dan geldt dat ook voor ons. Het menselijk contact is belangrijker dan de dood of overwint het. En over wetenschap en de kennis over het brein: naarmate we meer weten, beseffen we dat het nog ingewikkelder is dan we ooit dachten.

Tor overmaat van ramp was met wie ik ben voor het eerst sinds jaren ook nog eens ziek. Nadat ze uit bed kwam, lag ze op de bank. Een mooie dag om grieperig te zijn. Ik kookte hutspot, bakte fijne worst en draaide nog steeds The Cure. Het laatste nummer voor het eten was hun Lovesong: I will always love you….

Kats in mineur, maar zo mooi. Mooier wordt het niet.

28 november 2022

Contrast

Afgelopen vrijdag verscheen in Trouw een fotoreportage van Kadir van Lohuizen met tekst van Lukas van der Storm over de voedselindustrie van Nederland onder de titel “De Voedsel BV”. Gisteravond was er een TV uitzending van VPRO’s Tegenlicht met hetzelfde onderwerp.

Van Lohuizen maakt altijd reportages vanuit het buitenland. Hij maakte iconische foto’s in onder andere Afrika en Azië over afval, de zeespiegelstijging en noem maar op. Veel is op Google te vinden. Geweldige foto’s. Door corona kon hij het land niet uit, dus bedacht hij iets in Nederland. Prachtige beelden, waarvan je wel wist dat ze bestonden, maar nog nooit in het – bijna – echt had gezien.

Hoe groot en immens deze industrie is en hoe ver weg deze staat van de “gewone” man kun je je niet voorstellen. Echt gaan kijken.

En dan ben ik met mijn moestuintje bezig. Leuk werk. Midden augustus heb ik de tarwe van 2022 gedorst. In juni had ik de tarwe geoogst. 3 oktober heb ik de nieuwe wintertarwe gezaaid. In die zin loop ik redelijk synchroon met Oekraïne, waar ze waar mogelijk, ook de tarwe voor volgend jaar al hebben gezaaid. De tarwe is al boven de grond en ergens tweede helft juli volgend jaar hoop ik 5 kilo tarwe te oogsten. Toch mooi 10 broden.

Mijn nieuwe project is echter veel leuker. Ik kreeg van iemand het boek “Oude granen, nieuw brood. ” Het is een prachtig boek over allerlei verschillende graanprojecten. Kleinschalig en prachtig vormgegeven. Totaal anders dan Kadir van Lohuizen. Het boek beschrijft allemaal oude granen en waar ze nog verbouwd worden. Het laat zien wat je er mee kunt doen en waar ze voor gebruikt kunnen worden. Dat leek mij ook leuk. Via een contact bij de molen heb ik van iemand allerlei oude granen gekregen, zoals riswiet, eenkoorn, spelt en emmer. Dertien rijtjes heb ik op 27 oktober gezaaid en gisteren zag ik dat ze boven de grond waren gekomen. Met de wintertarwe meegerekend, heb ik nu 7 soorten graan op de tuin. Daar komt nog teff en boekweit bij in het voorjaar. Dat kun je nu nog niet zaaien.

Wat doe je er mee, hoor ik vragen. Dat weet ik nog niet. Het is niet voor de muizen. Malen heeft geen zin. Vermeerderen wel. Wat ik uiteindelijk wil over twee jaar is een zodanige hoeveelheid van ieder soort, dat ik er kleine veldjes bij een molen van kan maken. Heeft het nut? Educatief kan het zijn, maar daar houdt het mee op. Leuk is het wel!

Zoiets kun je doen, wanneer je met pensioen bent….

8 november 2022

Ook de boeren moeten om….

Dat gaat nog wel even duren, vrees ik. Deze zomer was er nog een concreet kaartje, toen kwam er een lijst van Remkes die niet bleek te bestaan en vervolgens mochten ambtenaren een scenario uitwerken waarbij er een keuze zou zijn voor pak ‘m beet 3000 boeren. Geen van de opties werd met open armen ontvangen door de boeren. Deze week ging de minister van LNV in gesprek met boeren en stelde dat we niet dogmatisch moesten vasthouden aan gestelde deadlines. Ik heb hierover getwitterd en probeer me in dit blog te verantwoorden.

Soms lijkt het erop dat langzaam het stikstofdossier voor de boeren van de agenda verdwijnt. Echter vandaag werd iedereen opnieuw wakker door de uitspraak van de Raad van State dat de bouw zich, net als de agrarische sector moet houden aan een effectrapportage van investeringen op natuur. Op zich lijkt dat bureaucratische rompslomp. Waarom is dat nodig? Ik weet niet precies wat de argumentatie is, ben ook maar gewoon een krantenlezer, maar wat ik belangrijk vind is dat we hierdoor een systeem optuigen waardoor milieueffecten in de prijs van een investering worden meegenomen. Daarmee wordt ook de prijs van het product dat wordt geleverd meer inclusief kostendekkend. Dat is een groot goed. Nu is de prijs van veel producten exclusief de milieuschade. Het vliegverkeer is daar het grootste voorbeeld van. Zowel de industrie als de agrarische sector en daarbinnen met name de veehouderij en ook de Hoogovens staan in de spotlight als het gaat om het behalen van milieudoelen.

Op Twitter gaat het dan heel snel: Vanochtend staat iets in de krant, daarop reageert half het volk en daarna nuanceert de in de krant geciteerde zijn verhaal dat het toch strookt met het kabinetsbeleid. Niet dogmatisch vasthouden aan gestelde deadlines. “Ga voor een groter ruimtelijke ordening plaatje…” Weer vager, denk ik dan. (zie deze link). Op zich wel goed, want ik houd wel van beleid met het einddoel voor ogen en af en toe een beetje links en rechts marchanderen. Maar: het einddoel voor ogen. Wat ik me niet kan voorstellen is dat met de uitspraak vandaag door de Raad van State omtrent de bouw de doelstellingen zullen veranderen. Tijd voor oeverloze discussies is er niet en is ook niet goed voor de boeren. Zij blijven langer in onzekerheid en ik ben ervan overtuigd, oké het is een overtuiging, dat van uitstel geen afstel komt. Dus ik tweette: “Ik vrees dat het tijdpad (voor de boeren) na de uitspraak van de Raad van State over de bouw vandaag misschien wel scherper wordt. Het is niet anders: #deboerenmoetenookom.” Van een boer, die ik respecteer om zijn toon en zijn bereidheid om het gesprek aan te gaan, kreeg ik terug dat hij mijn hashtag respectloos vond richting boeren en dat ik daar vanavond maar eens over moest nadenken.

Dat heb ik onder het koken voor mezelf en met wie ik ben gedaan. Ik stelde een menu samen van beter leven kip, krieltjes uit een zakje van de Jumbo met doppertjes uit eigen tuin en worteltjes uit Spanje (denk ik). Het toetje kwam uit een pak van Campina. We hadden onder het eten een gesprek over de vraag of dit vandaag een leuke dag was voor de Jumbo. We dachten van niet.

Nu mijn reflectie: Toen de boeren de wegen blokkeerden ging ik los op Twitter met #deboerenmoetenom. Nou dat is gelukt. Ze brengen geen mensen meer in gevaar. Nu gaat het beleidsmatig verder en dat is goed! De boer die reageerde is een gesprek gestart in de zomer om boeren en burgers dichter bij elkaar te brengen. Zie mijn blog hierover. Hij twittert vaak over het mooie van zijn vak: de zonsopkomst, het geboren worden van kalfjes, de ruimte in zijn stal voor educatie (hij ontvangt daar schoolklassen bijvoorbeeld) etc, Ik vind dat geweldig. Hij is ondernemer en heeft altijd binnen de grenzen van wat kon, gewerkt. Mogelijk, maar nu wordt het speculatief en dat is gevaarlijk, heeft hij mede op basis van een bedrijfsmodel dat door banken en overheid is geadviseerd zijn bedrijf ontwikkeld. Hij zit dus min of meer gevangen in een systeem dat mede door derden is voorgesteld. En nu die derden tegen de lamp lopen, zij draaien in één kwinkslag (Rabo financiert niet meer, overheid durfde (durft?) niet door te pakken) krijgen zij de rekening. Dat is niet leuk. Ik herinner me hoe pijnlijk het was dat in de jaren 90 de bakkerij van mijn vader en broer niet verder kon door de schaalvergroting. Veel kleine boeren zijn de bestaande grote boeren voorgegaan. Een hele sector moet om, zoals ook de stukgoedwerkers in de haven vervangen werden door machines, de mijnen moesten sluiten en de middenstanders deels uit het straatbeeld verdwenen. Er is geen ontkomen aan.

Konden we dit weten? We lopen aan tegen de grenzen van de groei. Al in de jaren zestig heeft de club van Rome hier op gewezen. We zijn vijftig jaar verder en er is wel wat gebeurd. En natuurlijk is de ene sector sneller gegaan dan de andere sector. Maar het moet voor iedereen sneller. De opwarming van de aarde gaat door. Er zijn mensen die dat willen ontkennen. Dat mag in een democratische rechtstaat, maar is populisme en struisvogelpolitiek in mijn ogen.

Waarom vindt de boer mijn opmerking “de boeren moeten ook om” respectloos. Mogelijk heeft hij het woordje “ook” niet gelezen. Dat kan. Maar daar zit het denk ik niet. Hij probeert zijn vak goed te doen en positief met mensen in gesprek te gaan. Wellicht is het het gevaar van Twitter, dat als je iets algemeens tweet je dat ook individueel adresseert. Dat maakt het persoonlijk. Zoals ook de boeren uit Woudsend het persoonlijk maken richting Tjeerd de Groot van D66. De boer waar ik mee debatteer is het vast niet eens met de boeren in Woudsend. Mogelijk vindt deze boer, dat boeren wel om moeten, maar dat dat meer geleidelijk moet. Of dat de boeren al om zijn. Bijvoorbeeld dat boeren al meer inzetten op blauwe (sloten schoonmaken bijvoorbeeld) en groene producten (paaltjes bij gruttonesten zetten). Dat ze dat doen en dat die producten betaald moeten worden, staat buiten kijf. Komt weer dat inclusief prijzen langs.

Ik heb respect voor boeren die de verandering onder ogen willen zien en daarmee om willen gaan. Zij moeten gecompenseerd. Ook boeren die voorop willen gaan in de discussie, zonder mensen angstig te maken en bestuurders te bedreigen, hebben mijn steun. Voor boeren die houden van hun vak heb ik een zwak. Ik houd ook nog steeds van het bakkersvak van mijn vader.

Maar het blijft voor mij dat – ook – deze sector moet veranderen. En dat is wat ik bedoel met “ook de boeren moeten om”. Dat dat uiteindelijk betekent dat een groter deel van mijn inkomen naar primaire producten moet, zoals eten, drinken en huisvesting, dan is dat zo. Dan maar een iets goedkoper telefoonabonnement. Want ook bij mij moet het uit de lengte of de breedte.

Tenslotte: ik ben niet voor verdere schaalvergroting. Ik ben voor natuur-inclusief boeren. Ik vind dat de prijs die ik betaal als consument naast de reeds bestaande onderdelen, ook een prijs voor de natuur moet bevatten. Inclusief prijzen heet dat. Dat geldt wat mij betreft ook voor het vliegen, het autorijden, het opslaan van allerlei gegevens in de cloud (we hebben niet voor niets de dozen in Middenmeer nodig…) en noem maar op.

2 november 2022

(foto boven: landbouwgrond vandaag in de buurt van Vilsteren, Overijssel. Gemaakt door “met wie ik ben”.)

Oktober

Nog nooit was oktober zo warm. Nog nooit ging het in oktober zoveel over het klimaat. En: nog nooit hing de wereld zo aan het het zijden draadje van een nucleaire oorlog.

Ik schreef een blog over Sloviansk in Oost Oekraïne ergens in april. Ik verwachtte dat de Russen door zouden pakken en dat de plaats snel zou vallen. Inmiddels is de Russische opmars gestopt en beginnen nieuwe meer stabiele frontlijnen zich te ontwikkelen. Je zou zeggen dat daarmee de kou wat uit de lucht is, maar waarschijnlijk is niets minder waar. Een kat in het nauw die zijn doelen niet kan halen, maakt gekke sprongen. Met het voortdurend openlijk dreigen met een nucleaire oorlog, komt deze steeds dichterbij. Ook zien we dat kernenergie een gevaar vormt. De atoomcentrale aan de Dnjepr is vanaf het begin van de oorlog een speelbal. Een nucleaire ramp dreigt: of omdat de centrale wordt kapot geschoten of omdat de dam van het stuwmeer wordt vernield en het koelwater wegstroomt. Kortom optimistisch ben ik niet.

Vanochtend las ik op Twitter dat Guus Meeuwis een concert heeft gegeven in New York voor Nederlanders. Niets mis mee zou je zeggen. Leuk voor de Nederlanders die daar wonen. Maar dat is niet zo. Het concert is voor Nederlanders die speciaal voor dat concert daar naar toe vliegen. Ik begrijp hier niks van.

Boeren krijgen langzaam hun zin. Wat begon met het verbranden van autobanden en strobalen aan de snelweg, waardoor mensenlevens in gevaar kwamen, is via een bemiddelaar, een nieuwe minister inmiddels behoorlijk op de lange baan geschoven. Van een kaartje naar 5 á 6 honderd boeren bij een natuurgebied en daarna naar 3 tot 4 duizend boeren die vrijwillig mogen kiezen of ze stoppen of niet. Of er nog wat gaat gebeuren? Wel horen we cynische reacties van onder andere Caroline van der Plas over klimaatactivisten die kunst en TV tafels gebruiken om aandacht voor het klimaat te vragen.

Zij hebben één voordeel. Niemand is hierdoor persoonlijk in gevaar gekomen. Of het effect van hun actie vergelijkbaar is met de gevaarlijke acties van de boeren is de vraag. Ze worden vast niet uitgenodigd voor een ontbijt op het Catshuis. De publieke opinie wordt niet positief beïnvloed door dergelijke acties bij cultureel erfgoed.

En inmiddels was oktober warmer dan ooit. Smelten de gletsjers verder weg en is de permanent bevroren grond achter de Oeral geen stabiele basis meer om op te bouwen. Het blad blijft langer aan de bomen, de energierekening valt deze oktober mee. De twee keer € 190 van de regering is bijna binnen.

Gisteren liep ik met lieve mensen zonder jas tijdens een wandeling langs het wad bij Zwarte Haan. Het was vloed toen we aankwamen en het werd gaandeweg eb. Langs de dijk keken we naar de einder en spraken over wat ons bezig houdt. Klein en menselijk. De wereld wordt er niet anders van. Wij wel. Wij putten hoop en zoeken een weg naar de toekomst voor de mensen dichtbij om ons heen.

30 oktober 2022

Tilos

Ooit was ik met wie ik ben op Rhodos. Het was een mooie week in mei. Voor het zwemmen in zee was het zeewater nog wat koud. Toen we terug naar huis vlogen, zag ik onder me een eiland en dacht: daar wil ik heen. Klein, rustig, geen directe vliegverbinding etc. Ik ging op onderzoek uit via Google maps en earth. Al snel stond mijn besluit vast: Tilos, daar ga ik een paar weken heen, wanneer ik met pensioen ben. Nu, 10 tot 15 jaar, later ben ik er. Fantastisch en geweldig. Een hotelletje aan de rand van de baai, strandje op 100 meter afstand, wandelen vanaf je hotel: mooier wordt het niet. Het dorp met restaurants en terrassen ontbreekt niet. Je zou nooit meer weggaan.

18 september 2022

Een paar dagen later…

Ik ben hier nu een dikke week. Langzamerhand begint het einde van mijn verblijf dichterbij te komen. Ik heb niet meer de drang om alles nog te zien. Vandaag ging ik voor de tweede keer naar de haven met uitzicht op het eiland waar ik morgen heen ga. Eén eilandje verderop: Nysiros.

Ik zit inmiddels aan de haven van het belangrijkste dorp. Deze haven biedt veel meer beschutting . Af en toe komt of vertrekt er een zeilboot. Een paar keer per dag komt en gaat er een veerboot. Dat is het. Sittin’ on the dock of the bay, watching the tide slipping away…. Of is het de tijd die voorbij gaat. Maakt niet uit.

Gisteren was ik in een dorp waar de tijd is voorbijgegaan. Het dorp heet Gera en is zo’n 5 kilometer lopen van de veerkade. Niemand woont er. De huizen zijn kapot. De oude structuur is zichtbaar. Je ziet als het ware hoe de mensen daar vroeger van wat geiten, wat vis, olijfbomen en wellicht wat groente hebben geleefd. Wat ze dronken is me een raadsel, want het regent er van mei tot en met september niet. De daken van de huizen zijn van dikke takken met dwars daarop kleine takken, zand en grind. In één van de hoeken in elk huis zie je een oven met een pijp naar boven hier werd met takken gestookt en op takken gekookt. Bijna alle daken zijn ingestort. Dit is niet het enige dorp dat verlaten is.

Je kunt hier op Tilos uitstekend zwemmen, snorkelen en vissen. Dat laatste heb ik niet gedaan, maar in de avond, wanneer ik op dit bankje zit waar ik nu tik, is er altijd een man aan het vissen. Hij vangt de vissen die je al snorkelend ziet rondzwemmen. Iets professioneler worden vissen gevangen met kleine bootjes. ’s Avonds kun je die eten in restaurants. Gisteravond heerlijk rode mul gehad. Pfff, wat lekker….

Rode mul met paprika en aubergines

Ik doe dus verder weinig anders dan lopen, zwemmen, eten en drinken. Of zoals mijn schoonzus, Prediker citerend, aangaf: ”Er is niets beters op de wereld dan eten en drinken en vrolijk zijn.”

Tilos, voor mij tien dagen het paradijs op aarde.

20 september 2022