Sneeuw, Orhan Pamuk – 2002

Het verhaal over de ‘journalist’ Ka, die naar Kars gaat, de meest oostelijke stad van Turkije. Dicht bij de grens met Armenië en Georgië. Hij komt in Istanbul voor de begrafenis van zijn moeder. Daarna wil hij schrijven voor zijn krant in Frankfurt over de gemeenteraadsverkiezingen in Kars en de vrouwen die zelfmoord plegen. De burgemeester van Kars is vermoord en op scholen wordt de toegang voor meisjes mét een hoofddoek verboden.

De eindredacteur van de plaatselijke krant begroet Ka met: “Welkom collega, in onze stad hier in het noordoosten. Maar wat brengt u in hemelsnaam hier?” Die vraag wordt hem in de dagen daarna nog ontelbaar vaak gevraagd. Wat heeft iemand te zoeken in Kars?

“Ooit had in Kars een gegoede middenklasse geleefd, die bals en feesten van vele dagen lang hadden gegeven. Die mensen dankten hun welstand aan het feit dat Kars destijds de poort van Georgië, Tabriz, Tiflis, de Kaukasus was geweest, aan de handel, aan de positie van de stad als grenspost op de rand van de twee grote rijken die in de afgelopen eeuwen ineengestort waren, het Osmaanse rijk en het tsaristische Rusland, aan de grote garnizoenen die de beide imperia er hadden gelegerd om dit bergachtige oord te beschermen. In de Osmaanse tijd hadden hier allerlei bevolkingsgroepen gewoond, bijvoorbeeld de Armeniërs, die er duizend jaar geleden kerken hadden gebouwd die er nog steeds in al hun luister stonden, en Perzen, op de vlucht voor Mongolen of gedeserteerd uit het Iraanse leger, Grieken van het Byzantijnse en Pontische rijk, Georgiërs, en alle denkbare Koerdische stammen.” (pag. 33)

Aan de vooravond van de gemeenteraadsverkiezingen wordt een coup gepleegd. De verkiezingen dreigen winst op te leveren voor een islamitische partij. Door het hele boek heen gaat het over wie zijn de Turken, wat willen ze zijn, hoe wordt Turkije zichzelf tussen Oost en West? Vrome gelovigen, seculiere ongelovigen, hoe verhouden zij zich tot elkaar? Kunnen die überhaupt met elkaar samenleven? Kan secularisme opgelegd worden? Kun je iemand verbieden een hoofddoek te dragen? Kun je iemand het tegenovergestelde opleggen?

Het roept veel onderlinge strijd op met onvermijdelijk dus ook: verklikkers, samenspanners en meelopers. Kun je partij kiezen en tot welke prijs?

Het boek gaat daarmee over heel Turkije (aldus een recensie in NRC dd. 05122003): “De modernistische omwenteling van Kemal Atatürk in de jaren twintig van de vorige eeuw was een revolutie van boven: de verwestersing van het land werd aan de bevolking opgelegd. Het Latijnse schrift werd ingevoerd, de islamitische hoofddoek afgelegd. Het was een ingrijpende breuk met het verleden, waarmee de toegang tot de eigen tradities werd belemmerd.”

Een zich steeds herhalende golfbeweging in de geschiedenis. Islam in het Ottomaanse rijk, seculier onder Atatürk, en nu onder Erdogan alweer zoveel jaren….?

Interessant én ingewikkeld. Fazil (een van de personages in het boek) die op de imamschool zit vraagt aan de verteller of hij iets aan de roman mag toevoegen. Dat mag. Eerst weet hij niet zo goed wat, maar uiteindelijk zegt hij met ingehouden woede: “Van zo’n afstand kan niemand ons begrijpen.” Dat probeer ik dan ook maar niet te doen.

Na het schrijven van het boek wordt Pamuk aangeklaagd en voor landverrader uitgemaakt. In interviews vertelt hij over de dertigduizend Koerden en de miljoen Armeniërs die vermoord zijn. “Niemand praat erover, dus doe ik het.” Sommige Turken zeggen dat het boek één grote leugen is. Op sommige nationalistische bijeenkomsten werden zijn boeken verbrand.