Waarom zou je naar de Ararat willen? Een mythische berg. Een berg met een verhaal. Een berg die bestaat. Die binnen de grenzen van het Perzische rijk heeft gelegen, tot Rusland heeft behoord, later tot Armenië en nu in Turkije ligt.
Noach met zijn gezin en de dieren gaan in de ark om te ontkomen aan de zondvloed. Daarover lazen we op school en in de kerk (zie plaatjes uit de kinderbijbel). De hele wereld onder water. Na honderdvijftig dagen nam het water af. In de zevende maand op de zeventiende dag bleef de ark vastzitten op het gebergte van Ararat (Genesis 8: 3 en 4). Er zijn mensen die gaan zoeken naar resten van de ark ergens op de berg. Dat gaan wij niet doen. Dat hoeft ook helemaal niet, wat mij betreft. Het verhaal hoeft niet echt gebeurd te zijn om toch waar te zijn. Om iets te vertellen te hebben.


Zondvloedverhalen. Die zijn er in overvloed. Het gebeurt elke keer weer: de hel op aarde. En, mensen die hun verantwoordelijkheid nemen en iets proberen te redden. Ook dat is van alle tijden. Het verhaal van Noach en de ark als een nieuw scheppingsverhaal. Dat God het er niet bij laat zitten, dat het niet zou lukken, de mensen en de dieren op deze aarde.
Noach zou in het Hebreeuws betekenen diep zuchten, verdriet hebben, snuivend ademhalen en tegelijkertijd ook troosten of getroost worden (volgens Willem Barnard in Bezig met Genesis – van ark tot altaar).
Spijt over een aarde die vervuld is van geweld.. Het is als met die wereldrijken die er telkens weer zijn, die elkaar bedreigen, bevechten, vervangen, tot moedeloos wordens toe. De schepping zou toch ‘af’ moeten zijn met de komst van de mens en dan zou er rust moeten zijn. Maar het is nog steeds tohoewabohoe (uit Genesis 1), macht en nacht.
Volgens Barnard gaat het verhaal van Noach niet over de dood van al wat leeft, maar over geboorte uit de dood. Dan betekent dat, dat Noach als rechtvaardige er niet is om gered te worden, maar om te redden.
De aarde is geschapen, zo zegt het verhaal in het eerste bijbelboek, om tot rust te komen. In dit zondvloedverhaal gaat het over hetzelfde. Op de zeventiende dag van de zevende maand komt de ark tot rust. En dan de duif die door Noach wordt losgelaten uit de ark. Hij komt terug met een olijftak in zijn snavel. Er valt weer te leven op de aarde! Als teken van hoop (de tekening van Kees de Kort hangt al zo’n veertig jaar bij ons in de kamer). foto
P.s. Frank Westerman schreef er in 2007 een prachtig boek over: Ararat. De Ararat is verankerd in het geloof van zijn jeugd. Hij zag ook de ark in de kinderbijbel. Hij gaat in het boek op zoek naar de verhouding tussen religie en wetenschap, waarbij hij zijn jeugd, zijn opleiding, zijn werk en de beklimming van de Ararat met elkaar verbindt.

